Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To suggest new content…

PEP-Web Tip of the Day

Help us improve PEP Web. If you would like to suggest new content, click here and fill in the form with your ideas!

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Geyskens, T. (2007). De erotische grondslag van een nieuwe wereld: Géza Róheim en de psychoanalytische antropologie. Tijdschr. Psychoanal., 13(1):16-25.

(2007). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 13(1):16-25

De erotische grondslag van een nieuwe wereld: Géza Róheim en de psychoanalytische antropologie

Tomas Geyskens

Géza Róheim (1891-1953) was een enig kind uit een zeer welgestelde Hongaarse familie. Hij studeerde geologie en antropologie aan de universiteiten van Leipzig, Berlijn en Boedapest. Hij promoveerde in 1914 en werd in 1919 de eerste hoogleraar in de culturele antropologie aan de universiteit van Boedapest. Ondertussen werd hij ook lid van de Hongaarse vereniging voor psychoanalyse, na een leeranalyse bij de vermaarde psychoanalyticus Sándor Ferenczi. Tussen 1928 en 1931 verbleef hij samen met zijn vrouw Ilonka in Centraal-Australië waar hij door Freud naartoe was gestuurd om na te gaan of Malinowski's etnologische bevindingen, die brandhout maakten van Freuds ideeën in Totem en taboe, konden worden weerlegd. Róheim deed ook veldwerk in Somalië, Melanesië en bij de Navaho-indianen in Noord-Amerika. In 1938 moest hij als jood Europa verlaten en hij verhuisde naar New York waar hij zich vestigde als psychoanalyticus. Volgens zijn vrienden was Róheim een ‹eeuwig kind› en volgens de Dictionnaire de la psychanalyse een ‹grand buveur et bon gastronome›. Hij was ook een van de sparringpartners van het Hongaarse olympische schermteam, en hij leerde de kinderen in Melanesië voetballen terwijl hij hun cultuur bestudeerde (Roudinesco 1997, p. 909-911).

Géza Róheim is de founding father van de psychoanalytische antropologie. Toch ging het er Róheim niet alleen om psychoanalytische inzichten toe te passen in de culturele antropologie. Zijn werk is ook vandaag nog inspirerend omdat hij niet alleen de psychoanalyse toepast op de antropologie, maar ook omgekeerd. Róheim stelt de psychoanalyse ter discussie vanuit zijn antropologische ervaring. Zo leunen zijn ideeën over de cultuur en de droom misschien dichter aan bij het denken van de Aboriginals dan bij de klassieke, freudiaanse theorie.

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.