Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To suggest new content…

PEP-Web Tip of the Day

Help us improve PEP Web. If you would like to suggest new content, click here and fill in the form with your ideas!

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Franckx, C. (2007). De hedendaagse psychoanalytische praktijk en het belang van de psychische biseksualiteit: Bespreking van: Thierry Bokanowski (2006). The practice of psychoanalysis, The New Library of Psychoanalysis. Vertaling uit het Frans: David Alcorn. Londen: Karnac. ISBN 978 1 85575 389 1, 178 pp., £ 22,49. Tijdschr. Psychoanal., 13(2):163-165.

(2007). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 13(2):163-165

De hedendaagse psychoanalytische praktijk en het belang van de psychische biseksualiteit: Bespreking van: Thierry Bokanowski (2006). The practice of psychoanalysis, The New Library of Psychoanalysis. Vertaling uit het Frans: David Alcorn. Londen: Karnac. ISBN 978 1 85575 389 1, 178 pp., £ 22,49

Review by:
Christine Franckx

In The practice of psychoanalysis onderneemt Thierry Bokanowski een poging om de praktijk van de moderne psychoanalyticus te omschrijven. Het is zowel een hommage aan het genie van Freud als een interessante schets van de uitwerking van zijn theorieën door latere auteurs. De schrijver heeft een grote kennis van het werk van Ferenczi en hij benut deze gelegenheid om de kern van het dispuut tussen Freud en zijn opstandige leerling te verdiepen in het licht van hun biografische gegevens en hun complexe relatie. Ferenczi was in analyse bij Freud tussen 1914 en 1916, en verweet hem in een brief in 1930 dat zijn negatieve overdrachtsneurose niet voldoende geanalyseerd werd. Hoofdzakelijk tussen 1920 en 1930 werkte Ferenczi zijn theoretische hypothesen uit en pleitte voor een meer actieve (of elastische) techniek. Hij verbreedde de thematiek van de ‹verleiding› door de etiologische invloed van trauma te duiden als ‹mentale verkrachting› van het kind door de volwassene, of ‹spraakverwarring› tussen hen beiden, of ten slotte als de ontkenning door de volwassene van de ‹wanhoop› van het kind.

Het theoretische testament van Freud, De eindige en oneindige analyse uit 1937, en tegelijk zijn postume antwoord aan de inmiddels overleden Ferenczi, neemt een belangrijke plaats in in dit boek. Wát bedoelen we precies wanneer we tegenwoordig spreken van ‹het beoefenen van de psychoanalyse›: datgene wat de analyticus doet in de sessie, de toegepaste methodologie, of de onderliggende theorie waarop deze praktijk gebaseerd is? Hiermee wordt meteen duidelijk hoe theorie, techniek en praktijk intiem met elkaar verweven zijn. Elke analyticus wordt geconfronteerd met het hiaat tussen theorie en praktijk en voelt daarom de behoefte om regelmatig het isolement van de consultatieruimte te verlaten en samen met collega's gerezen twijfels te toetsen. De controverse tussen Freud en Ferenczi (van 1927 tot 1933, bij de voortijdige dood van Ferenczi) centreert zich rond dit spanningsveld praktijk-theorie. Voor Freud was het terugvinden van onderdrukte herinneringen het doel van een psychoanalytische kuur, voor Ferenczi daarentegen was de analyse van de overdrachtservaring, gebaseerd op de herhalingsdwang, hét grote werkpunt.

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.