Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: You can request more content in your language…

PEP-Web Tip of the Day

Would you like more of PEP’s content in your own language? We encourage you to talk with your country’s Psychoanalytic Journals and tell them about PEP Web.

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Hoxe, M. (2007). Het kleine verschil. Tijdschr. Psychoanal., 13(3):204-207.

(2007). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 13(3):204-207

Het kleine verschil

Mary Hoxe

Als leidraad voor mijn commentaar op het artikel van Vermote heb ik de volgende vragen genomen:

▸ Wat zijn de opvallendste resultaten?

▸ Hoe verhouden zich de onderzoeksresultaten tot wat ik in de praktijk meemaak?

▸ Hoe kijk ik als therapeut aan tegen dergelijk onderzoek?

Wat zijn de opvallendste resultaten?

Specifiek onderzoek over het gebruik van de divan bestaat niet, wel over de klassieke analyse in het algemeen. De vraag of langdurende therapie effect heeft in termen van klachtafname wordt in de diverse effectiviteitsonderzoeken eenduidig positief beantwoord (Fonagy 2002). Deze tonen een dosis-responsrelatie aan: langdurende behandeling heeft meer resultaat dan kortdurende. Kijken we naar maten die ontwikkeld zijn op basis van doelen van psychoanalyse, zoals de mogelijkheid relaties aan te gaan, vaardigheid voor zelfreflectie en creativiteit en arbeidsvermogen, dan wordt er geen verschil gevonden in eindeffect tussen wie in analyse en wie in psychotherapie gaat (Leuzinger-Bohleber 2002). Follow-uponderzoek lijkt aan te tonen dat er sprake is van een ‹narijpingseffect›, in de zin van een blijvende vermindering van klachten en minder ziekteverzuim. Een niet onbelangrijke uitkomst in dit tijdperk waarin de langdurende therapieën onder druk staan.

Onderzoek toont óók aan dat systematisch toetsen van psychoanalytische concepten en processen door middel van vragenlijstmethodes en experimenteel onderzoek wel degelijk mogelijk is en ook theoretisch en therapeutisch relevant kan zijn. Het onderzoek naar klinische behandeling bij persoonlijkheidsstoornissen van Vermote (2005) is daar een voorbeeld van. Niet de ernst van de pathologie maar de persoonlijkheidskarakteristieken blijken het verschil in klinische uitkomst en in het psychoanalytische proces te verklaren (Blatt & Auerbach 2001, 2003). De twee clusters komen overeen met het anaclytisch relatiegerichte en vaak afhankelijke type enerzijds en het vermijdende, zelfdefiniërende autonome introjectieve type anderzijds (Blatt 1992).

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.