Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To see who cited a particular article…

PEP-Web Tip of the Day

To see what papers cited a particular article, click on “[Who Cited This?] which can be found at the end of every article.

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Hebbrecht, M. (2007). De echte en de virtuele divan: Enkele psychoanalytische reflecties. Tijdschr. Psychoanal., 13(3):237-240.

(2007). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 13(3):237-240

De echte en de virtuele divan: Enkele psychoanalytische reflecties

Marc Hebbrecht

Met de nieuwe communicatietechnologieën is onze wereld uitgebreid. Naast de externe, de interne en de transitionele werkelijkheid is er nu ook de virtuele realiteit. In de virtuele wereld is het mogelijk op gevaarlijke plaatsen te komen, te doden en gedood te worden, lief te hebben en geliefd te worden, te spelen zonder dat dit onmiddellijke consequenties heeft voor de overleving en de autobiografie van de persoon. Virtuele realiteit is werkelijk en onwerkelijk tegelijk; wat er zich afspeelt, gebeurt niet echt. In het omgaan met de virtuele realiteit keert het Ik zich af van zijn gewone interesses zonder de realiteitstoetsing op te geven (Leclaire 2003).

Vooraleer de vraag te beantwoorden of de echte divan nog een plaats heeft in het huidige internettijdperk, kunnen we ons afvragen welk belang de divan heeft voor het analytische proces. Ogden (1996) bespreekt drie aspecten van de psychoanalytische techniek, namelijk het gebruik van de divan, de vrije associatieregel en de droomanalyse. Het kader en de techniek dienen volgens hem ten dienste te staan van het analytische proces zodat de analyticus maximaal receptief is voor onbewuste processen. Ogden werkt in principe altijd met de divan, zelfs bij frequenties van eenmaal per week! Hij voelt zich aldus meer op zijn gemak om rêverie toe te laten en een ruimte te creëren die het tot stand komen van een ‹analytische derde› mogelijk maakt. Door het gezamenlijk en asymmetrisch ervaren van de ‹analytische derde› komen analyticus en analysant in contact met de onuitgesproken en ongedachte aspecten van de innerlijke wereld van de analysant, om deze vervolgens te symboliseren en onder woorden te brengen. Hiervoor is het noodzakelijk dat beide analytische partners niet alleen beschikken over een rustige omgeving maar ook verzekerd zijn van absolute vertrouwelijkheid en privacy. Er zijn weliswaar omstandigheden waarbij de analyticus de divan niet kan gebruiken. Voor borderlinepatiënten bijvoorbeeld biedt de divan te weinig structuur.

Ter illustratie van het concept van de ‹analytische derde› geef ik een eigen ervaring. Geruime tijd geleden, toen ik mijn eerste patiënten begon te analyseren op de divan, kreeg ik een lange man in analyse. Ik verweet mezelf dat ik een verkeerde divan had gekocht, niet aangepast aan de lengte van de man.

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.