Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To refine search by publication year…

PEP-Web Tip of the Day

Having problems finding an article? Writing the year of its publication in Search for Words or Phrases in Context will help narrow your search.

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Ruelens, L. (2007). Perversie, drift en sublimatie: Commentaren bij ‹Neurotische en perverse processen› [1]. Tijdschr. Psychoanal., 13(4):271-274.

(2007). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 13(4):271-274

Perversie, drift en sublimatie: Commentaren bij ‹Neurotische en perverse processen› [1] Related Papers

Leo Ruelens

Opwinding speelt een bijzondere rol in de drie vignetten van Ubbels. De sportleraar fantaseert over jongens die hij wou meeslepen naar een geheim hol om daar hun broek af te trekken. De homoseksuele academicus kickt op zijn ‹lekkere fantasie› van veel geld verdienen en een groot landhuis kopen, maar vooral op een lekker triootje met de therapeut. De knappe journaliste geraakt opgewonden door haar erotomane interpretaties van therapeuts voorstel tot hoogfrequente zittingen.

Opwinding lijkt hier telkens een soort voorspel op een mogelijk pervers handelen, dat in tegenstelling tot een neurotisch handelen veel lust belooft. Maar ook dat voorspel, die opwinding zélf, staat al bol van lust, uitgelokt als het is door fantasiebeelden die vooruitlopen op de eigenlijke lustwinst. Omdat het in de voorbeelden stuk voor stuk over neuroten gaat, blijft het daar braafjes bij fantaseren … Is het door deze neurotische ‹contaminatie› dat Ubbels — mijns inziens vergeefs — deze perverse opwinding tracht te begrijpen als afweer?

Als een concertganger uitkijkt naar een avond waarop zijn lievelingsuitvoerders zijn lievelingsrepertoire zullen brengen, dan is hij dagen van tevoren al opgewonden. Waarom? Omdat er iets staat te gebeuren dat hem veel esthetisch genot zal verschaffen en waarin hij ook iets zal terugvinden dat hij al kent. Als iemand opgewonden naar een feestje verlangt omdat hij daar potentieel, al naar gelang zijn seksuele verwachtingspatroon, fijne mensen, dan wel neukbare objecten denkt aan te treffen, heeft dat alles met lust en weinig met afweer te maken. Ik zie niet in waarom deze dynamiek anders zou zijn bij de pervert.

De pervert gaat ervoor. Voor wat? Voor een maximum aan lustbeleving, niet te veel gehinderd door moraal, schaamte of walg (Freud 1905). Maar er rijst natuurlijk een probleem: de beleving van het lustprincipe botst met de realiteit, maar toch ook weer niet zo veel als de neuroticus (lees: analyticus) denkt te moeten vrezen. Enerzijds durft de pervert meer, is hij meer lustgedreven, anderzijds vraagt de aanvaring met de realiteit een stuk loochening ervan1 en ten slotte zijn er de stuwende perverse trekken in elk van ons, als erfgenaam van het polymorf perverse kind.

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.