Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To see Abram’s analysis of Winnicott’s theories…

PEP-Web Tip of the Day

In-depth analysis of Winnicott’s psychoanalytic theorization was conducted by Jan Abrams in her work The Language of Winnicott. You can access it directly by clicking here.

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Temmerman, K. Geerardyn, F. (2007). Perverse structuur versus perverse trek — Mechanismen versus fenomenologie: Commentaren bij ‹Neurotische en perverse processen› [3]. Tijdschr. Psychoanal., 13(4):277-279.

(2007). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 13(4):277-279

Perverse structuur versus perverse trek — Mechanismen versus fenomenologie: Commentaren bij ‹Neurotische en perverse processen› [3] Related Papers

Karin Temmerman en Filip Geerardyn

De tekst van Jaap Ubbels confronteert ons met de complexiteit van de klinische realiteit. De auteur illustreert immers aan de hand van drie klinische vignetten wat hij noemt ‹de werkzaamheid van neurotische en perverse processen bij drie neurotische subjecten› en de invloed daarvan op de overdracht. We beperken ons hier tot de vraag naar de processen of mechanismen: [1] is er in de klinische vignetten werkelijk sprake van het tegelijkertijd werkzaam zijn van neurotische (verdringing) en perverse (loochening) mechanismen bij een neurotisch subject dan wel van een gedeeld, gemeenschappelijk mechanisme binnen de neurose en de perversie, van een nog te onderscheiden transstructureel mechanisme, [2] of gaat het over neurotici die perverse trekken vertonen maar bij wie er in feite enkel sprake is van werkzame neurotische mechanismen?

[1] Wanneer we ons vanuit Freuds oeuvre buigen over het vraagstuk van de organisatie van de psyche in de perversie dan kunnen we daarin inderdaad twee onlosmakelijk met elkaar verbonden mechanismen onderscheiden: enerzijds de loochening en anderzijds de splitsing van het Ik. Beide dienen noodzakelijkerwijs bestudeerd te worden in het kader van de metapsychologie en de tweede topiek. Freud probeerde namelijk om voorbij de perverse fenomenologie een structuur in de organisatie van het subject terug te vinden en maakte daarbij de overgang van een louter descriptieve benadering van de seksuele perversies naar het paradigma van een organisatie van het Ik gebaseerd op een splitsing. In de reconstructie van de wijze waarop Freud gebruik maakt van de (ver)loochening zien we een constante die als een rode draad door de verschillende teksten heen loopt: het loochenen wordt steeds in verband gebracht met het vraagstuk van het realiteitsverlies en de afweermechanismen van het Ik. Het realiteitsverlies is echter op zich geen distinctief kenmerk voor de perversie, het doet zich evengoed voor in de neurose en de psychose.

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.