Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To receive notifications about new content…

PEP-Web Tip of the Day

Want to receive notifications about new content in PEP Web? For more information about this feature, click here

To sign up to PEP Web Alert for weekly emails with new content updates click click here.

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Ladan, A. (2007). De analyticus als ‹desillusionist›. Tijdschr. Psychoanal., 13(4):280-291.

(2007). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 13(4):280-291

De analyticus als ‹desillusionist›

Antonie Ladan

Naarmate ik langer als analyticus werkzaam ben, raak ik meer doordrongen van het onlosmakelijk verbonden zijn van psychoanalyse en desillusie. En dan bedoel ik niet de desillusie in de psychoanalyse — ook dat komt voor — maar de psychoanalyse als een psychologie van de desillusie. Vanuit die optiek fungeert de analyticus in belangrijke mate als ‹desillusionist›, een opvatting die ik hierna zal proberen toe te lichten.

De heer A.

‹Ik ben negen jaar. Bij het opstaan hoor ik dat mijn oma dood is. Ze is die nacht gestorven in het ziekenhuis. Mijn moeder zit stil aan tafel. Op weg naar school loop ik langs het huis van mijn grootouders. Mijn opa komt naar buiten: ‹Wat erg hè!› Later in de klas begin ik plotseling te huilen. Ik lig met mijn hoofd op mijn armen. De onderwijzer zegt: Laat hem maar even, zijn grootmoeder is dood.›

Dit is een fragment uit de levensbeschrijving die de heer A. maakte, voorafgaand aan zijn psychoanalyse. Het verwijst naar een tijdstip in zijn leven waarop hij onontkoombaar werd geconfronteerd met de dood, in dit geval de dood van iemand die voor hem van levensbelang was. Zijn ouders waren al jarenlang gescheiden en met zijn vader had hij nauwelijks contact. Zijn moeder richtte zich vooral op haar werk en liet de verzorging en opvoeding van de drie kinderen aan haar moeder over. In de behandeling probeerden we ons op grond van zijn gedragingen, fantasieën en herinneringen samen een beeld te vormen van wat er bij hem vanbinnen gebeurd kon zijn, toen zijn grootmoeder plotseling dood ging. De heer A. kon dit verlies alleen verdragen door gebruik te maken van de troost die hem op dat moment ter beschikking stond. Zoals bij kinderen dikwijls het geval is, betekende dit voor hem dat hij op zichzelf was aangewezen en zijn toevlucht nam tot zijn vermogen om te fantaseren. Als hij zich eenzaam en verdrietig voelde, zat hij vaak te lezen in jaargangen van Het Leven — een tijdschrift uit het interbellum van de vorige eeuw — die door zijn grootvader waren ingebonden.

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.