Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To quickly return from a journal’s Table of Contents to the Table of Volumes…

PEP-Web Tip of the Day

You can return with one click from a journal’s Table of Contents (TOC) to the Table of Volumes simply by clicking on “Volume n” at the top of the TOC (where n is the volume number).

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Hamburger, M. (2015). Het studentenbeven: Separeren, identiteitsvorming en psychotherapie in de studententijd. Tijdschr. Psychoanal., 21(3):196-208.
   

(2015). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 21(3):196-208

Het studentenbeven: Separeren, identiteitsvorming en psychotherapie in de studententijd

Marc Hamburger

Al heb je alle boeken gelezen, maar je kent jezelf niet, wat weet je dan? (Socrates)

De studententijd is voor sommigen de mooiste tijd van hun leven. Wie in Google ‹studentenleven› intikt, ziet afbeeldingen van feestende jongeren die saamhorig bier drinken en luieren in de zon. De werkelijkheid is vaak anders. Veel studenten voelen zich gestrest, vermoeid en depressief (Schmidt & Simons 2013); voor hen is de studententijd meer beven dan leven. Over het specifieke van deze ontwikkelingsfase bij studenten is in de psychoanalytische literatuur weinig geschreven (voor zover mij bekend geeft alleen Briggs (2008) een moderne visie op de psychoanalytische ontwikkelingsdynamiek in de studententijd) — een omissie, omdat deze studenten zich wel regelmatig aanmelden voor een psychotherapeutische behandeling. Hierin blijkt vaak dat de symptomen een gevolg zijn van een gestagneerde persoonlijkheidsontwikkeling en ook niet behandeld kunnen worden zonder dat deze ontwikkeling op gang gebracht of bijgestuurd wordt (Laufer 1986). De ontwikkelingsfase waarin de student vastloopt laat zich kenmerken door het verlangen naar autonomie zonder daarmee de veilige relatie met de ouders kwijt te raken. Margaret Mahler beschreef deze ontwikkeling bij kinderen tussen de vijf maanden en de twee en een half jaar als een separatie-individuatiefase, waarin het kind zichzelf gaat ervaren als autonoom en los van de moeder. Blos (1967) noemt de puberteit een tweede separatie-individuatiefase, omdat de puber een soortgelijk proces doormaakt en vroegkinderlijke conflicten zich in de puberteit opnieuw manifesteren. Omdat dit in de studententijd, in de late adolescentie, opnieuw gebeurt, spreek ik hier van een derde separatie-individuatiefase. Opnieuw dient zich het verlangen naar autonomie aan en opnieuw kan dit zorgen voor innerlijke conflicten. Erikson (1971) beschreef dat niet alleen de vroege kindertijd, maar iedere levensfase vol zit met uitdagingen en risico's, en dat iedere levensfase voor verandering van de persoonlijkheid zorgt. Hij bracht tevens de invloed van de maatschappelijke en de sociale context op de individuele ontwikkeling onder de aandacht en integreerde daarmee de psychoanalyse met de sociologie en de maatschappijleer.

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2020, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.