Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To quickly return to the issue’s Table of Contents from an article…

PEP-Web Tip of the Day

You can go back to to the issue’s Table of Contents in one click by clicking on the article title in the article view. What’s more, it will take you to the specific place in the TOC where the article appears.

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Geyskens, T. (2000). Verslag studiedag Paul Moyaert: Idealisering en sublimering: Heen en weer tussen Freud en Lacan. Tijdschr. Psychoanal., 6(1):33-34.
   

(2000). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 6(1):33-34

Verslag studiedag Paul Moyaert: Idealisering en sublimering: Heen en weer tussen Freud en Lacan

Tomas Geyskens

Op 21 oktober 1999 vond aan de K.U. Nijmegen de tweede studiedag van het Centrum voor psychoanalyse en wijsgerige antropologie plaats. De opzetvan deze studiedagen is om gedurende één dag één spreker aan het woord te laten over een belangrijk psychoanalytisch thema. Vorig jaar becommentarieerde professor Van Haute (K.U. Nijmegen) Lacans tekst Subversion du sujet et dialectique du desir. Deze keer behandelde professor Moyaert (K.U. Leuven) de verhouding tussen idealisering en sublimering.

Moyaert vertrok daarbij vanuit de hoofse liefde als een paradigmatisch voorbeeld van sublimering. De stelling dat hoofse liefde een voorbeeld van sublimering is, blijkt echter niet te rijmen met Freuds opvatting van sublimering. Volgens Freud wordt de sublimering immers gekenmerkt door een deseksualisering (van seksuele naar sociaal gewaardeerde doelen). In de hoofse liefde wordt aan deze voorwaarde echter niet voldaan. De plastische voorbeelden uit de teksten en praktijken van de troubadours tonen overtuigend aan dat er hier van een afwending van de seksualiteit vaak geen sprake is. Voor Freud is zo'n deseksualisering nochtans een voorwaarde om over sublimering te kunnen spreken. Hij voerde de notie sublimering nu net in om deze overgang van een seksueel naar een niet-seksueel doel te begrijpen.

Wie er met Moyaert (en Lacan) toch van overtuigd is dat de hoofse liefde een voorbeeld van sublimering is, moet echter vaststellen dat er in de hoofse liefde weliswaar een opschorting is van de seksuele bevrediging, maar toch zeker geen transformatie van de seksualiteit naar iets wat niet meer seksueel zou zijn. De mentale gerichtheid op de seksuele vereniging blijft bestaan.

Volgens Freud buigt de sublimering de drift om naar doelen die sociaal gewaardeerd zijn. Maar ook hier komt de hoofse liefde roet in het eten gooien. De troubadours werden sociaal getolereerd maar niet gewaardeerd.

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.