Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To see papers related to the one you are viewing…

PEP-Web Tip of the Day

When there are articles or videos related to the one you are viewing, you will see a related papers icon next to the title, like this: RelatedPapers32Final3For example:

2015-11-06_09h28_31

Click on it and you will see a bibliographic list of papers that are related (including the current one). Related papers may be papers which are commentaries, responses to commentaries, erratum, and videos discussing the paper. Since they are not part of the original source material, they are added by PEP editorial staff, and may not be marked as such in every possible case.

 

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Geyskens, T. (2008). Van auto-erotiek naar eros: De infantiele seksualiteit, het genot van de ander, en het probleem van de ‹seksuele liefde› in Freuds ‹Drei Abhandlungen›. Tijdschr. Psychoanal., 14(3):152-164.
    

(2008). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 14(3):152-164

Van auto-erotiek naar eros: De infantiele seksualiteit, het genot van de ander, en het probleem van de ‹seksuele liefde› in Freuds ‹Drei Abhandlungen›

Tomas Geyskens

In 1905 schrijft Freud in zijn Drei Abhandlungen zur Sexualtheorie: ‹De geslachtsdrift is in de kinderjaren dus objectloos, auto-erotisch› (1905a, p. 107, cursivering door Freud). In de editie van 1920 zwakt hij deze stelling af door tussen ‹dus› en ‹objectloos› de woorden ‹niet gecentreerd en aanvankelijk› toe te voegen. Deze kleine toevoeging uit 1920 bezegelt Freuds subtiele maar radicale herschrijving van zijn theorie van de seksualiteit in de opeenvolgende edities van Drei Abhandlungen. Door de latere toevoeging van bijvoorbeeld de verschillende fasen in de seksuele ontwikkeling, de infantiele seksuele theorieën, het narcisme, het oedipuscomplex enzovoort, verlaat Freud (althans schijnbaar) zijn aanvankelijke opvatting van de infantiele seksualiteit als iets auto-erotisch, objectloos en polymorf-pervers, ten voordele van een ontwikkelingspsychologische theorie waarvan het oedipuscomplex de kern en het overwinnen ervan het onbereikbare ideaal vormt (vgl. Van Haute 2002). Hierdoor werden de interne coherentie en contradicties in de eerste editie van Drei Abhandlungen onzichtbaar. Daarom wil ik in dit artikel een aantal intuïties van de vroege Freud onder het stof vandaan halen omdat ze misschien kunnen aansluiten bij de recent hernieuwde aandacht voor de seksualiteit in de hedendaagse psychoanalyse (vgl. Fonagy 2007).

Auto-erotiek en het terugvinden van het object

‹De geslachtsdrift is in de kinderjaren dus objectloos, auto-erotisch› (Freud 1905a, p. 107). Uiteraard bedoelt Freud niet dat er een objectloze periode zou bestaan in de kindertijd. Niet het kind is objectloos, maar de seksuele drift in de kindertijd is zonder object. Deze objectloosheid van de infantiele seksualiteit moet wel radicaal worden opgevat: de infantiele seksualiteit heeft niet alleen geen reëel object, ze heeft ook geen fantasmatisch object.1

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.