Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To see translations of this article…

PEP-Web Tip of the Day

When there are translations of the current article, you will see a flag/pennant icon next to the title, like this: 2015-11-06_11h14_24 For example:

2015-11-06_11h09_55

Click on it and you will see a bibliographic list of papers that are published translations of the current article. Note that when no published translations are available, you can also translate an article on the fly using Google translate.

 

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Geyskens, T. (2013). Waarom luidop lachen wanneer je alleen bent, gek is: Bespreking van: Judith Kay Nelson (2012). What made Freud laugh — An attachment perspective on laughter. Hove/New York: Routledge. ISBN 978 0 415 99833 8, 221 pp., £ 26,99. Tijdschr. Psychoanal., 19(1):71-72.
   

(2013). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 19(1):71-72

Waarom luidop lachen wanneer je alleen bent, gek is: Bespreking van: Judith Kay Nelson (2012). What made Freud laugh — An attachment perspective on laughter. Hove/New York: Routledge. ISBN 978 0 415 99833 8, 221 pp., £ 26,99

Review by:
Tomas Geyskens

In 2005 publiceerde Judith Nelson een standaardwerk over huilen, Seeing through tears — Crying and attachment. Recent verscheen de vrolijke tegenhanger, What made Freud laugh, een boek over lachen, bekeken vanuit de gehechtheidstheorie. Ondanks de titel gaat dit boek niet over Freud of over de psychoanalyse, en het gaat ook niet over dingen die Freud of wie dan ook doen lachen. Het onderwerp van dit boek is lachen als gehechtheidsgedrag (‹attachment behavior›).

In de gehechtheidstheorie was lachen tot nu toe een onderbelicht thema, onder andere doordat Bowlby, door Darwin op het verkeerde been gezet, lichen (‹laughter›) als een intensievere vorm van glimlachen (‹smiling›) opvatte. Bowlby was een groot bewonderaar van Darwin, en was waarschijnlijk beïnvloed door diens opvatting dat er tussen lachen en glimlachen slechts een kwantitatief verschil bestaat (Nelson, p. 44). Nochtans kan nu net de gehechtheidstheorie mooi laten zien dat lachen kwalitatief van glimlachen verschilt. Terwijl glimlachen tot het gehechtheidsgedrag in strikte zin behoort, is lachen eerder verbonden met het spelen en exploreren in de interactie met een persoon aan wie men al gehecht is en bij wie men zich al veilig voelt. De glimlach van de baby hecht de moeder aan het kind.

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.