Customer Service | Help | FAQ | PEP-Easy | Report a Data Error | About
:
Login
Tip: To search for text within the article you are viewing…

PEP-Web Tip of the Day

You can use the search tool of your web browser to perform an additional search within the current article (the one you are viewing). Simply press Ctrl + F on a Windows computer, or Command + F if you are using an Apple computer.

For the complete list of tips, see PEP-Web Tips on the PEP-Web support page.

Gilis, G. (2013). De kindertherapeut in een web van hulpvragen: De therapeutische ruimte bedreigd. Tijdschr. Psychoanal., 19(3):167-179.
  

(2013). Tijdschrift voor Psychoanalyse, 19(3):167-179

De kindertherapeut in een web van hulpvragen: De therapeutische ruimte bedreigd

Gert Gilis

Het psychotherapeutisch werken met kinderen, jongeren en hun ouders is altijd al een complexe aangelegenheid geweest, omdat de hulpvrager zelden dezelfde is als degene die geholpen dient te worden (o.a. Berger 1986; Stiers & Cluckers 1996; Novick & Novick 2005). Het wordt nog complexer in situaties waar er meer hulpvragers zijn — al of niet beroepsmatig — met elk een eigen idee over deze hulp en wie deze dient te ontvangen. De kindertherapeut wordt geconfronteerd met verschillende hulpvragen, met verschillende partijen, met verschillende verlangens. Niet zelden ontstaat dan een grote druk om het aangemelde kind in behandeling te nemen. Literatuur terzake en eigen ervaring hebben echter aangetoond dat het snel starten met een kinderpsychotherapie vaak leidt tot het voortijdig stoppen met de behandeling, een stagnatie of zelfs het niet op gang komen van het therapeutische proces (zie o.a. Copley 1987; Ortigues & Ortigues 2005). Als antwoord op dit dilemma hebben de laatste decennia meerdere auteurs (Fonagy & Target 1996; Siskind 1997; Slijper 1998; Novick & Novick 2005) beschreven dat een werkrelatie tussen ouders en kindertherapeut eerder heilzaam is dan storend voor de analytische behandeling van het kind. Hoe de kindertherapeut zich kan positioneren wanneer er naast de al of niet gescheiden ouders nog andere hulpvragers ten tonele verschijnen is echter veel minder duidelijk.

In dit artikel wil ik laten zien hoe drie psychodynamische stellingen gebruikt kunnen worden om een therapeutisch vruchtbare houding te vinden tegenover dit web van hulpvragen. Het theoretische raamwerk dat ik hierbij gebruik, is het objectrelationele gezinsdenken zoals dat ontwikkeld werd door onder anderen Box (1981), Berger (1986), Slipp (1991), Scharff en Scharff (1991) of recenter Matot e.a. (2007).

Om de eigen herstelmogelijkheden van het gezin zoveel mogelijk te benutten, wordt in deze traditie het gehanteerde therapeutische kader minder a priori vastgelegd dan bij de klassieke psychoanalyse of gezinstherapie. Er wordt daarentegen samen met het gezin (of het systeem) gezocht naar een kader dat het best past bij een door therapeut en gezin gedeelde analyse van de hulpvraag.

[This is a summary or excerpt from the full text of the book or article. The full text of the document is available to subscribers.]

Copyright © 2019, Psychoanalytic Electronic Publishing, ISSN 2472-6982 Customer Service | Help | FAQ | Download PEP Bibliography | Report a Data Error | About

WARNING! This text is printed for personal use. It is copyright to the journal in which it originally appeared. It is illegal to redistribute it in any form.